De definitie van geopolitiek – de klassieke, Franse en kritische benaderingen

For more information about the "Exploring Geopolitics, Geoeconomics and Geostrategy" Summer School, please click here

Article by: Leonhardt van Efferink (December 2008)

Introductie

Link to html page Tags: definitie geopolitiek Klassieke Franse Kritische benaderingen

Leonhardt van Efferink

Leonhardt van Efferink

Leonhardt van Efferink is Editor of ExploringGeopolitics, Founding Director of GeoMeans Analytical Skills Development and PhD student at Royal Holloway, University of London.

He holds Master’s degrees in Geopolitics, Territory and Security (King’s College London) and Financial Economics (Erasmus University Rotterdam).

Wat is geopolitiek?

Het begrip is populair in de media. Het valt regelmatig in artikelen en gesprekken. Helaas blijft een definitie vaak achterwege.

Een geopolitieke encyclopedie (Cordellier, 2005) stelt terecht dat “La fréquence de [l’usage public du terme géopolitique] est souvent proportionelle à l’absence de précision de sa définition”.

Eén internationaal geaccepteerde definitie bestaat niet. Daarom wil ik u in dit artikel tien definities voorleggen. Met een korte toelichting op onderlinge overeenkomsten en verschillen.

Een belangrijke conclusie is dat de definitie van geopolitiek tijd- en plaatsgebonden is. Verder leren de tien definities dat macht (invloed, politiek) en ruimte (grondgebied, territorialiteit) een cruciale rol spelen in de geopolitiek.

Dit artikel dient als eerste inleiding tot de geopolitiek. Wanneer u op zoek bent naar een wetenschappelijk artikel over de definities van geopolitiek, kan ik u van harte “Geopolitics in the nineties: one flag, many meanings” van Virginie Mamadouh aanraden.

Klassieke Geopolitici

Geopolitieke inzichten waren volgens Cohen (2003) al aanwezig bij denkers als Aristoteles, Montesquieu, Kant, Hegel en Humboldt. Toch ontstond het concept geopolitiek pas aan het einde van de negentiende eeuw. Klaus Dodds en David Atkinson geven in de introductie van een geopolitieke reader (2000) hiervoor de volgende verklaring:

“Geopolitical thought emerged at the close of the nineteenth century as geographers and other thinkers sought to analyse, explain and understand the transformations and finite spaces of the fin de siècle world.”

De Zweed Rudolph Kjellen (1864-1922) was volgens velen de eerste die het begrip “geopolitiek” gebruikte. In 1899 omschreef hij dit volgens Cohen (2003) als:

“the theory of the state as a geographical organism or phenomenon in space”

Deze definitie herbergt twee elementen die cruciaal zijn binnen het concept geopolitiek: macht (invloed, politiek) en ruimte (grondgebied, territorialiteit). Opvallend aan deze definitie is de centrale rol van de staat, als enige entiteit met macht.

Karl Haushofer (1869-1946), wiens ideëen het Nazi-regime inspireerden, voegde naast de staat ook politieke processen toe aan zijn definitie (Cohen, 2003):

“Geopolitics is the new national science of the state, … a doctrine on the spatial determinism of all political processes, based on the broad foundations of geography, especially of political geography.”

Volgens Cohen zijn andere grondleggers van de moderne geopolitiek onder meer Ratzel (Duitser), Mackinder (Brit), Bowman en Mahan (beiden Amerikaan).

Naar bovenkant van pagina

Peter Taylor

Taylor (1993) stelt dat de recente heropleving van geopolitiek op drie manieren vorm heeft gekregen

“…geopolitics has become a popular term for describing global rivalries in world politics.”
“…the second form…is an academic one, a new more critical geopolitics. Critical historiographical studies of past geopolitics have been a necessary component of this ‘geographer’s geopolitics’.”
“…the third form…is associated with the neo-conservative, pro-military lobby which have added geopolitical arguments to their ‘Cold War rhetoric’. Such studies talk of ‘geopolitical imperatives’ and treat geography as ‘the permanent factor’ that all strategic thinking must revolve around.”

Taylor merkt ook op dat geopolitieke analyses altijd een nationale inslag hebben: “In the case of geopolitics, it has always been very easy to identify the nationality of an author from the content of his or her writings.”. Taylor legt tevens een verband tussen geopolitiek en het vakgebied internationale betrekkingen: “Geopolitics has generally been part of the realist tradition of international relations.”

Aymeric Chauprade

Chauprade heeft een zeer gestructureerde methode ontwikkeld voor geopolitieke analyses. “Introduction à l’analyse géopolitique” (1999) -mijn favoriete geopolitieke boek- beschrijft zijn aanpak op uiterst toegankelijke wijze. Chauprade hanteert als definitie:

La science géopolitique est la recherche de la compréhension des réalités géopolitiques et de leur devenir, à travers l’étude des profiles, figures et dispositifs géopolitiques”

Ik vind dit een onduidelijke definitie omdat Chauprade de geopolitieke wetenschap formuleert zonder toe te lichten wat geopolitiek inhoudt. De volgende definities geven een duidelijker beeld van de visie van Chauprade:

“La géopolitique n’est pas seulement une science de la réalité identitaire, elle est aussi une science marquée par la continuité du temps:
il y a d’une part, dans l’histoire des sociétés humaines, une permances de la recherche de l’États, comme un atteste, en plein contexte de mondialisation, le phenomène de prolifération des États.
il y a d’autre part, pour nombre d’États constitués et historiquement anciens, une continuité, une permanence de la politique étrangère et du comportement étatique sur la scène internationale.”

Chauprade hecht een grote waarde aan de rol van de staat. Toch wijkt hij af van de definitie van de klassieke geopolitici:

“…dire que ces États sont les centres et les enjeux des ambitions géopolitiques, ne signifie pas que les États sont les seuls acteurs mondiaux; à la différence des relations internationales, (…) la science géopolitique admet d’autres acteurs et d’autres réalités géopolitiques.”

Hier maakt Chauprade een scherp onderscheid tussen Geopolitiek en het vakgebied Internationale Betrekkingen.

Naar bovenkant van pagina

Saul Bernard Cohen

Cohen hanteert in zijn boek uit 2003 de volgende definitie:

“Geopolitics is the analysis of the interaction between, on the one hand, geographical settings and perspectives and, on the other hand, political processes. (…) Both geographical settings and political processes are dynamic, and each influences and is influenced by the other. Geopolitics addresses the consequences of this interaction.”

Interessant aan deze definitie is de dynamiek tussen en wederzijdse beïnvloeding van macht (politieke processen) en ruimte (geografische eigenschappen).

Le dictionnaire historique et géopolitique du 20e siècle

Ook de definitie van geopolitiek in deze encyclopedie (Cordellier, 2005) legt de nadruk op macht (politiek) en ruimte:

“La démarche géopolitique vise essentiellement à élucider les interactions entre les configurations spatiales et ce qui relève du politique.”

Volgens dit naslagwerk dient de geopolitieke analyse een esentiële, pedagogische rol te hebben, waarbij objectief onderzoek van de wereld centraal staat:

“C’est pourtant dans l’explication de la complexité, de la diversité du monde réel que la démarche d’analyse géopolitique trouve sa raison d’être. (…) [L’analyse géopolitique] doit être de présenter les élements objectifs du débat démocratique sur les grands enjeux planétaires qui ont des impacts sur les sociétés nationales et les modes de gestion de leurs territoires.”

Naar bovenkant van pagina

Yves Lacoste

Yves Lacoste droeg vanaf de jaren ’70 bij aan een opleving van de populariteit van geopolitiek in Frankrijk. In zijn laatste boek (2006) omschrijft hij geopolitiek als volgt:

“Le terme de géopolitique, dont on fait de nos jours de multiples usages, désigne en fait tout ce qui concerne les rivalités de pouvoirs ou d’influence sur des territoires et les populations qui y vivent: rivalités entre des pouvoirs politiques de toutes sortes – et pas seulement entre des États, mais aussi entre des mouvements politiques ou des groupes armés plus ou moins clandestins – rivalités pour le contrôle ou la domination de territoires de grande ou petite taille.”

Deze definitie hecht een groot belang aan de schaal van de macht (staten versus organisaties) en ruimte (grote versus kleine gebieden).

Colin Flint

In zijn geopolitieke inleiding uit 2006 gaat Colin Flint uitvoerig in op de historische ontwikkeling van het concept geopolitiek. Macht neemt hierin volgens hem een centrale rol in, waarbij de definitie van dit concept al decennia aan discussie onderhevig is:

“Geopolitics, the struggle over the control of spaces and places, focuses upon power. (…) In nineteenth and early twentieth century geopolitical practises, power was seen simply as the relative power of countries in foreign affairs. In the late twentieth century, (…) [d]efinitions of power were dominated by a focus on a country’s ability to wage war with other countries. However, recent discussions of power have become more sophisticated.”

Verder vindt Flint dat één definitie van geopolitiek niet voldoet bij een degelijke analyse van de hedendaagse wereldpolitiek:

“So how should we define geopolitics, in the contemporary world and with the intent of offering a critical analysis? Our goals of understanding, analyzing, and being able to critique world politics require us to work with more than one definition.”

Flint noemt onder meer dat “…geopolitics is a way of ‘seeing’ the world”. In het verleden beweerden sommige geopolitieke analisten de hele wereld te kunnen doorgronden. Vanuit onder meer feministische hoek kwam kritiek op de onvolledige, gekleurde wereldbeelden van mannelijke, blanke en rijke theoretici.

Ook gaat Flint in op een nieuwe stroming binnen de geopolitiek: “Critical Geopolitics”. Deze stroming richt zich op de onderliggende veronderstellingen van geopolitieke analyses ofwel “…the practise of identifying the power relationships within geopolitical statements…”

Naar bovenkant van pagina

Gearóid Ó Tuathail

Ó Tuathail is een sleutelfiguur binnen de “Critical Geopolitics”-stroming. In de inleiding van een geopolitieke reader (redactie: Ó Tuathail e.a., 2006) noemt hij de volgende definitie:

“…geopolitics is discourse about world politics, with a particular emphasis on state competition and the geographical dimensions of power.”

Ó Tuathail benadrukt het belang van het begrip “discourse”:

“…to study geopolitics we must study discourse, which can be defined as the representational practises by which cultures creatively constitute meaningful worlds. (…) Most cultures do this by means of stories (narratives) and images. (…) Since geopolitics is a discourse with distinctive ‘world’ constitutive ambitions (…) we must be attentive to the ways in which global space is labelled, metaphors are deployed, and visual images are used in this process of making stories and constructing images of world politics.”

Volgens Ó Tuathail is de geopolitieke “discourse” aantrekkelijk voor journalisten, politici en strategen omdat:

“First, geopolitical discourse deals with compelling questions of power and danger in world affairs. (…) The critical point to grasp at the outset is that geopolitics is already involved in world politics; it is not separate neutral commentary on it.”
“Second, geopolitics is attractive because it purports to explain a great deal in simple terms. (…) It provides a framework within which local events in one place can be related to a larger global picture. (…) Many geopolitical narratives are enframed by essentialized oppositions between ‘us’ and ‘them’. (…) Whole regions of the world are divided into oppositional zones, a frameworking we can call ‘earth labelling’.”
“Finally, geopolitics is popular because it promises insight into the future direction of world affairs. (…) Geopolitics has a certain magical appeal because it aspires to be prophetic discourse. (…) Because those most interested in international affairs live in a globalizing world characterized by information saturation, the desire for simplified nostrums packaged as ‘strategic insight’ is strong.”

De opvattingen van “Critical Geopolitics” zijn zeer prikkelend en vormen een boeiende bijdrage aan het geopolitieke debat. Deze stroming stelt dat een neutrale, objectieve geopolitieke analyse bijzonder moeilijk te realiseren is omdat ieder individu deel uitmaakt van een bepaalde geopolitieke “waarheid”.

David Criekemans

In 2007 kwam “Geopolitiek – ‘Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?” uit, van de hand van de Vlaamse geopolitieke wetenschapper David Criekemans. Dit is het eerste Nederlandstalige boek over geopolitiek sinds de Tweede Wereldoorlog. Na een “kritische genealogische studie” kwam Criekemans tot de volgende definitie:

“[Geopolitiek is] het wetenschappelijk studieveld behorende tot zowel de Politieke Geografie als de Internationale Betrekkingen, die de wisselwerking wil onderzoeken tussen de politiek handelende mens en zijn omgevende territorialiteit (…). Voor wat betreft de studie van de ‘praktische geopolitiek’ betreft (…), betekent dit dat men aandacht heeft voor de vraag in welke mate de eerder genoemde wisselwerking een invloed genereert op het (buitenlandse) beleid of op de relevante ‘machtspositie’ van de politieke entiteit welke mens wenst te analyseren.”

Interessant is dat volgens deze definitie geopolitiek deel uitmaakt van twee andere vakgebieden (waar Taylor alleen Internationale Betrekkingen noemt). Verder legt Criekemans -net als Cohen- de nadruk op wisselwerking (dynamiek).

Met de definitie van Criekemans zijn we aan het einde gekomen van dit artikel over de definitie van geopolitiek. Wie op zoek is naar meer definities, kan zijn hart ophalen aan de eerste bijlage van het boek van Criekemans. Hierin passeren tientallen definities de revue!

Naar bovenkant van pagina

Conclusies

Een blik op de geopolitieke literatuur levert de volgende inzichten op:

  • Vanaf het ontstaan van het concept geopolitiek -aan het einde van de negentiende eeuw- hebben macht (invloed, politiek) en ruimte (grondgebied, territorialiteit) een cruciale rol gespeeld in de definities van geopolitiek.
  • Aanvankelijk zagen geopolitieke theoretici alleen de staat als een entiteit met macht. In hedendaagse definities van geopolitiek spelen ook andere entiteiten (“geopolitieke agenten” volgens Flint) een belangrijke rol.
  • Hoewel sommige geopolitieke theoretici analytische objectiviteit pretenderen of wenselijk achten, stellen andere dat dit zeer moeilijk te realiseren is.
  • Er bestaat geen overeenstemming over de vraag of Geopolitiek deel uitmaakt van het vakgebied Internationale Betrekkingen.
  • De definitie van geopolitiek is tijd- en plaatsgebonden. Of zoals Moreau Defarges (2005) het zo mooi verwoordt:
“À chaque époque, à chaque civilisation, sa géographie, sa vision et sa représentation de l’espace”

Literatuur

  • Chauprade, Aymeric, “Introduction à l’analyse géopolitique”, Ellipses, 1999.
  • Cohen, Saul Bernard, “Geopolitics of the World System”, Rowman and Littlefield, 2003.
  • Cordellier, Serge (direction), “Le dictionnaire historique et géopolitique du 20e siècle”, La Découverte, 2005.
  • Criekemans, David, “Geopolitiek – ‘Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?”, Garant, 2007.
  • Dodds, Klaus en David Atkinson, “Geopolitical Traditions”, Routledge, 2000.
  • Flint, Colin, “Introduction to Geopolitics”, Routledge, 2006.
  • Lacoste, Yves, “Geopolitique, La longue Histoire”, Larousse, 2006.
  • Mamadouh, Virginie, “Geopolitics in the nineties: one flag, many meanings”, GeoJournal 46, 1998, 237-253
  • Moreau Defarges, Philippe , “Introduction à la Géopolitique”, Seuil, 2005.
  • Ó Tuathail, Gearóid, Simon Dalby and Paul Routledge (editors), “The Geopolitics Reader”, Routledge, 2006.
  • Taylor, Peter J., “Political Geography”, Longman, Third Edition, 1993.

Comments are closed.